‘Ik ben geen rechter. Ik oordeel niet’

Paul (62) opent de deur van het cellencomplex in Leiden alsof hij ons rondleidt in zijn eigen huis. Hij kent de gangen en de deuren en weet precies wat er op de verschillende plekken gebeurt. Met zichtbaar plezier laat hij zien waar arrestanten binnenkomen, waar ze wachten en waar het dagelijkse werk van de arrestantenzorg plaatsvindt. Hij vertelt honderduit. Over de arrestanten die hij binnenkrijgt, over situaties die hij heeft meegemaakt en vooral over waarom hij dit werk nog altijd zo graag doet.

“Je krijgt elke keer nieuwe mensen binnen. Dat vind ik echt het leukste.” Daarmee is eigenlijk meteen duidelijk wat Paul drijft. Geen dag is hetzelfde. De ene keer staat er een jongere die na een avond stappen is aangehouden, de andere keer een voetbalsupporter of iemand die al vaker met politie en justitie in aanraking is gekomen. En soms gaat het om iemand die wordt verdacht van een ernstig strafbaar feit. Voor Paul begint het werk steeds opnieuw bij dezelfde vraag: wie heb ik voor me? “Je wilt toch weten: wat is het verhaal erachter?”

Paul arrestententaken in cellencomplex Leiden

Geen oordeel, wel opletten

Voordat een arrestant bij hem komt, leest Paul soms de beschikbare informatie. Niet om alvast een oordeel te vormen, maar om te weten met wie hij te maken krijgt. “Soms lees ik het alleen in om te weten wat voor persoon ik binnen heb zitten. Hoe was het gedrag van de arrestant tijdens de aanhouding? Dan weet ik in ieder geval wat voor persoon er in de cel zit en hoe ik ermee om moet gaan.” Maar wat er op papier staat, is voor hem nooit het hele verhaal. Paul was er immers niet bij. “Ik ben geen advocaat, ik ben geen rechter en ik ben geen officier.” Hij zegt het bijna terloops, maar het zegt veel over hoe hij zijn werk benadert. De verdenking die iemand met zich meedraagt, verandert niets aan de manier waarop Paul die persoon behandelt. Hij moet alert zijn, professioneel handelen en goed kijken wat er nodig is. Maar veroordelen? Dat is niet aan hem. “Het kan ook een lulverhaal zijn. Dat het zwartgemaakt is en dat het helemaal niet waar is.”

Jongeren met grote verhalen

Dat respect voor de persoon tegenover hem zie je ook terug wanneer Paul vertelt over jongeren die na een avond stappen binnenkomen. Soms komen ze met veel bravoure binnen en geven ze een grote mond. “Dan zeggen ze: ‘Mijn vader is rechter’ of ‘Mijn vader is advocaat’, of weet ik wat allemaal.” Paul moet er zichtbaar om lachen. Maar hoe iemand ook binnenkomt, voor hem verandert dat niets aan de manier waarop hij zijn werk doet. Iedereen krijgt een professionele en respectvolle behandeling.

Van straat naar de cel

Paul arrestantentaken in arrestantenbus Tijdens de rondleiding vertelt Paul ondertussen hoe het werk in de loop der jaren is veranderd. Hij werkt al lang genoeg bij de politie om die verschillen van dichtbij te hebben meegemaakt. “Heel lang geleden was het elke week knokken. Vechten met die lui.” Tegenwoordig komen arrestanten vaak pas bij de arrestantenzorg terecht nadat ze op andere plekken zijn geregistreerd, verwerkt en voorgeleid. De eerste spanning is dan meestal al wat gezakt. “Als ze dan bij ons komen, zijn ze al een stuk rustiger.” Bij voetbalwedstrijden of andere grote evenementen kan dat anders zijn. Dan kan iemand rechtstreeks van straat het arrestantenbusje in gaan. De spanning kan hoog oplopen. “Dan heb je weleens moeite om er eentje uit te trekken.” Op zulke momenten telt ervaring. Weten wanneer je moet doorpakken, wanneer je juist rustig moet blijven en vooral: niet meegaan in de spanning van de ander.

Altijd een stap vooruitdenken

Wanneer Paul een arrestant naar het Openbaar Ministerie brengt, zit er altijd iemand achterin voor wie hij verantwoordelijk is. Onderweg houdt hij daarom niet alleen de arrestant in de gaten, maar ook wat er buiten de auto gebeurt. Hij denkt vooruit: wat gebeurt er om hem heen en heeft hij voldoende ruimte om te reageren als dat nodig is? Een auto die opvallend lang achter hem blijft rijden, houdt hij extra in de gaten. Desnoods rijdt hij een blokje om om te kijken wat er aan de hand is. Ook tijdens het rijden zorgt hij ervoor dat hij ruimte houdt. “Dat ik altijd links of rechts weg kom.” Het klinkt vanzelfsprekend wanneer Paul het vertelt. Voor hem hoort het bij het vak: rustig blijven, goed kijken en voorbereid zijn op wat er kan gebeuren.

Een rugzak vol ervaring

Paul arrestantentaken in kantoorPaul heeft in zijn loopbaan veel verschillende dingen gedaan. Hij werkte binnen de politie, maar ook in de beveiliging. Daar beveiligde hij verschillende bekende personen. Daarnaast stond hij meerdere keren als figurant op een filmset. Over dat laatste begint hij enthousiast te vertellen. “Ze moeten alles ombouwen, het licht veranderen. Dan moet je wachten en wachten.” Maar Paul vond het prachtig. Het tekent de man die we tijdens de rondleiding leren kennen: nieuwsgierig, makkelijk in de omgang en zichtbaar enthousiast over wat hij doet. “Ik heb natuurlijk een hele rugzak vol met ervaring en kennis. Daar zou je ook gebruik van kunnen maken.”

‘Je moet mensen wel de kans geven’

Die achtergrond speelt ook mee in hoe Paul kijkt naar de mogelijkheden voor zijn collega’s binnen de politie. Zelf moest hij meerdere keren solliciteren voordat hij uiteindelijk schaal 6 bereikte. “Ik heb wel vijf of zes keer gesolliciteerd voordat ik schaal 6 kreeg.” Juist daarom vindt hij het belangrijk dat collega’s de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Wie verder wil, moet volgens hem weten welke mogelijkheden er zijn en de kans krijgen om die stap ook daadwerkelijk te zetten. “Je moet mensen wel de kans geven om door te groeien.” Volgens Paul mag daarbij ook meer worden gekeken naar wat collega’s al hebben opgebouwd. Wie verschillende functies heeft vervuld of opleidingen heeft gevolgd, brengt iets mee dat ook elders binnen de politie van waarde kan zijn.

‘We zijn uitvoerend, maar niet executief’

Dat brengt hem bij een onderwerp dat hem zichtbaar aan het hart gaat: de positiePaul arrestantentaken in cellencomplex van ATH-boa’s binnen de politie. “We zijn uitvoerend, maar we zijn niet executief.” Paul ziet mogelijkheden om boa’s een bredere opleiding te geven, zodat zij binnen de politie meer kanten op kunnen. “Geef ons dan een opleiding voor het publieksdomein. En je bent klaar.” Zo’n opleiding zou volgens hem meer deuren kunnen openen. “Executief is natuurlijk makkelijker groeien. Ook voor het pensioen en voor de mensen. En je kan wat meer.” Hij is daarom lid van de vakbond. Niet alleen voor zichzelf, maar ook omdat hij vindt dat de belangen van boa’s binnen de politie goed vertegenwoordigd moeten worden. Hun positie verschilt van die van executieve collega’s. Daarom vindt Paul het belangrijk dat ook hun stem wordt gehoord.

Trots op zijn vak

Terwijl we afscheid nemen, vertelt Paul nog gemakkelijk over zijn werk, over de arrestanten die hij hier binnenkrijgt en over alles wat hij in de loop der jaren heeft meegemaakt. Hij praat er enthousiast over. Tijdens de rondleiding was al snel duidelijk dat hij zijn vak goed kent, maar vooral ook dat hij er nog altijd veel plezier in heeft. Paul praat niet alleen over arrestantenzorg; hij laat ook zien dat hij zich hier op zijn plek voelt. En dat hij daar voorlopig nog niet genoeg van heeft.