Een melding komt binnen. De centralist luistert, stelt vragen en typt ondertussen mee. Op de schermen verschijnt informatie. Collega’s houden contact met de eenheden op straat. Alles lijkt tegelijk te gebeuren, maar iedereen weet wat hij moet doen. Wij mogen met Roy meekijken op de meldkamer in Maastricht en een tijdje meeluisteren met de meldingen. Hij beweegt zich moeiteloos tussen zijn collega’s. Hij luistert, typt, overlegt en houdt ondertussen in de gaten wat er op straat gebeurt. De rust die hij uitstraalt, valt meteen op. Alsof hij hier al jaren rondloopt.
Toch werkt Roy pas sinds 2024 bij de politie. Daarvoor werkte hij bijna dertig jaar in de beveiliging. Hij had een eigen beveiligingsbedrijf en hield zich daarnaast bezig met het trainen en opleiden van politiehonden. Het politiewerk kwam daardoor regelmatig op zijn pad. Een overstap naar de politie had hij vaker overwogen, maar zijn eigen bedrijf vroeg jarenlang al zijn aandacht. Tot na corona de balans tussen werk en privé steeds verder veranderde. ‘De mentaliteit veranderde. Ik merkte dat de verhouding tussen werk en privé niet meer goed was.’
Een groter beveiligingsbedrijf had interesse om zijn onderneming over te nemen. Roy verkocht zijn bedrijf in 2023 en bleef nog ongeveer een jaar als directeur betrokken. Maar het voelde niet meer als zijn bedrijf. ‘Ik had er dertig jaar mijn ziel en zaligheid in gestopt. Dat kun je niet zomaar overdragen. Na een jaar dacht ik: dit past niet meer.’ Hij besloot helemaal te stoppen. Voor het eerst in lange tijd was er ruimte om na te denken over wat hij zelf wilde.
Van eigen bedrijf naar de politie
Een vriend die bij de politie werkt, wees hem op het Operationeel Centrum. Roy had graag politiehondengeleider willen worden, maar dacht dat hij de fysieke test inmiddels waarschijnlijk niet meer zou halen. De meldkamer bleek een andere mogelijkheid. Hij liep een dienst mee en besloot ervoor te gaan. Begin 2024 begon hij aan zijn opleiding. Sinds juni 2024 werkt hij bij het Operationeel Centrum Limburg.
Weer de schoolbanken in
Na bijna dertig jaar ondernemerschap zat Roy ineens weer in de schoolbanken. Het opleidingstraject duurde ongeveer een jaar en bestond uit drie onderdelen. In het voorschakeltraject leerde hij de basis van de politieorganisatie kennen, waaronder de verschillende afdelingen, wetgeving en ketenpartners. Daarna volgde de intakeopleiding. Daarin leerde hij werken met het meldkamersysteem GMS en oefende hij gesprekstechnieken en rollenspellen. Ook volgde hij een suïcidepreventietraining van 113. De opleiding werd afgesloten met een stage en het intake-examen.
In de regieopleiding leerde hij politie-eenheden aansturen en overzicht houden. Onderwerpen waren onder meer EOCS en C2000, etherdiscipline, de inzet van optische en geluidssignalen volgens de brancherichtlijn, achtervolgingen en grensoverschrijdende samenwerking met België en Duitsland. Ook leerde hij eenheden positioneren en werken met het Nationaal Roepnummerplan, waarin staat welke eenheden er zijn en wat ze doen. Ook deze opleiding bestond uit een stage en een examen. Na het succesvol afronden van het traject behaalde Roy het diploma Generalist Operationeel Centrum. Daarmee was hij startbekwaam. Om vakbekwaam te worden, moet hij vervolgens ervaring opdoen in de praktijk. Dat duurt ongeveer twee jaar.
Gesprekstechnieken, systemen en rollenspellen vroegen veel van hem. En ondertussen moest hij leren om verschillende dingen tegelijk te doen. ‘Je bent constant met meerdere dingen tegelijk bezig. Je moet luisteren, vragen stellen, typen en ondertussen je systeem bijhouden.’ Zijn ervaring uit de beveiliging hielp hem daarbij. Hij wist hoe beveiligers werken en kende de praktijk op straat. Toch ontdekte hij al snel dat het werk op de meldkamer een vak op zichzelf is. ‘Je denkt dat je weet wat de politie doet, maar pas als je er zelf werkt, weet je het echt.’
Van telefoontje naar regie
Als centralist neemt Roy meldingen aan. Inmiddels werkt hij ook als regiecentralist. Dan kijkt hij niet meer alleen naar de melding die voor hem ligt, maar naar het grotere geheel. Welke eenheden zijn beschikbaar? Waar bevinden ze zich? Welke melding vraagt als eerste om inzet? En waar zitten de risico’s? Op papier leer je werken met een bepaald aantal beschikbare eenheden. In de praktijk zijn dat er natuurlijk niet altijd zoveel. ‘Je moet soms echt schipperen. Als er geen auto beschikbaar is voor een melding met hoge prioriteit, moet je kijken waar je een eenheid vandaan kunt halen.’
Dat maakt het werk volgens Roy ingewikkeld, maar juist ook interessant. ‘Je moet weten wat er bij melding één gebeurt, maar ook wat er bij melding tien gebeurt. En ondertussen kan melding twee weer vragen of je aan iets hebt gedacht.’ Een melding krijgt daarbij niet automatisch prioriteit omdat die als eerste binnenkomt. Roy kijkt vooral naar de risico’s. ‘Wat is het gevaar? Zijn er wapens? Zijn er collega’s in gevaar? Zijn er omstanders? Dat moet je allemaal meenemen.’
Vooral in het begin was dat behoorlijk zoeken. ‘Je moet gewoon je meters maken.’ Dat gaat steeds beter. Roy merkt dat hij sneller ziet wat er nodig is en het overzicht gemakkelijker bewaart. ‘Als je eenmaal door die zure appel heen bent en je vindt die match, dan wordt het steeds leuker.’
Tussen scherm en straat
Ook zijn kennis van Noord- en Midden-Limburg komt goed van pas. Roy kent het gebied en weet hoe de wegen lopen. Daardoor kan hij snel meedenken over de inzet van eenheden. Bij een melding van een inbraak weet hij bijvoorbeeld welke routes en locaties relevant kunnen zijn. ‘Als je met elkaar ervoor kunt zorgen dat je iemand pakt, vind ik dat mooi.’
Toch mist hij de actie buiten soms. In zijn jaren in de beveiliging zat Roy regelmatig midden in de actie. Nu zit hij achter een scherm en stuurt hij anderen aan. ‘Je weet dat iemand hulp nodig heeft. Je stuurt de eenheden, maar je kunt er zelf niet naartoe. Soms zit ik echt op het puntje van mijn stoel.’ Als het kan, gaat hij daarom graag een keer mee naar buiten. De avond voordat we hem spreken, is hij nog mee geweest. Ook voor collega’s die net van school komen, vindt hij dat waardevol. Sommige situaties moet je een keer in het echt hebben meegemaakt. ‘Je kunt op de meldkamer horen wat er gebeurt, maar als je iets nog nooit hebt meegemaakt, weet je niet hoe dat voelt.’
Hij vertelt over een collega die tijdens een van zijn eerste diensten buiten een zeer ingrijpend incident meemaakte. Iemand was op een hoogspanningsmast geklommen en naar beneden gesprongen. Op sommige gebeurtenissen kun je je niet voorbereiden. Ze laten zien hoe hard het leven kan zijn. Iedereen moet een eigen manier vinden om met zulke ervaringen om te gaan.
‘Mensen hebben geen idee wat je hier hoort’
Dat het werk op de meldkamer wordt onderschat, is een van zijn grootste ergernissen. ‘Als iemand op een verjaardag zegt: meldkamer, dan pak je toch gewoon wat telefoontjes aan? Dan denk ik: mensen hebben geen idee.’ Een centralist hoort niet alleen de feiten van een melding. Aan de andere kant van de lijn zitten mensen die bang, verdrietig, boos of machteloos zijn. En soms ziet de centralist op het scherm al informatie die degene aan de telefoon nog niet kent.
Roy vertelt over een moeder die belde omdat haar zoon vermist was. Op zijn scherm zag hij informatie die erop wees dat haar zoon inmiddels was overleden. ‘Je weet wat dat betekent, maar je kunt dat op dat moment niet zomaar tegen die moeder zeggen.’ Dat soort meldingen nam hij in het begin mee naar huis. ‘Dan denk je: heb ik het goed gedaan? Had ik iets anders moeten doen?’
Inmiddels weet hij beter hoe hij ermee om kan gaan. Maar wennen aan alles wat hij hoort, wil Roy niet. ‘Wat voor ons soms normaal lijkt, is dat natuurlijk helemaal niet. Je krijgt echt bizarre dingen op je bordje.’ Soms krijgt een melding bovendien ineens een gezicht, bijvoorbeeld wanneer je iemand herkent uit je eigen omgeving. ‘Dan krijgt zo’n zaak ineens een gezicht.’
Een drukke zondagmiddag, waarop Roy als regiecentralist aan het werk was, staat hem nog goed bij. ‘Er kwamen veel meldingen binnen en er waren al weinig eenheden beschikbaar. Toen een melding binnenkwam over een jong kindje dat in levensgevaar verkeerde, was er op dat moment geen enkele vrije eenheid beschikbaar. Ook de traumahelikopter werd gealarmeerd. Samen met mijn buddy keek ik direct welke eenheden we konden verplaatsen om zo snel mogelijk hulp te regelen. Tijdens de melding was ik volledig gefocust op wat er moest gebeuren.’ Pas daarna kwam de spanning binnen. Voor het eerst zat Roy met tranen in zijn ogen achter zijn scherm. Een collega zag dat het hem even te veel werd en nam zonder woorden zijn plek over. ‘Je maakt beslissingen. Soms maak je een fout. Daar moet je van leren. Maar je moet wel mens blijven.’
‘Je kunt dit werk niet alleen’
Die menselijke kant ziet Roy ook terug in het meldkamerteam. Tijdens ons bezoek is goed te merken hoe vanzelfsprekend collega’s elkaar weten te vinden. Even overleggen, een vraag stellen, iets van elkaar overnemen. Het gaat bijna vanzelf. Dat typeert volgens Roy de manier waarop zijn collega’s met elkaar werken. ‘We zijn echt een team dat elkaar aanvult. Je hebt een lach en je hebt tranen. Alles is bespreekbaar.’ Na ingrijpende meldingen kunnen medewerkers terecht bij het Team Collegiale Ondersteuning (TCO), waar ze hun verhaal kwijt kunnen en samen kunnen terugkijken op wat er is gebeurd. Dat collega’s elkaar kennen en op elkaar letten, is geen luxe. Het is nodig om dit werk vol te houden. Je moet op elkaar kunnen vertrouwen en weten dat je er niet alleen voor staat als een melding je raakt.
Waarom lid van ACP-CNV?
Bij zijn overstap naar de politie werd Roy ook lid van ACP-CNV. Na bijna dertig jaar als ondernemer staat hij nu zelf als medewerker in een grote organisatie. ‘Ik vind het belangrijk dat de belangen van medewerkers in beeld blijven. Als er iets is waar je het niet mee eens bent, moet je dat kunnen bespreken. En als het nodig is, moet je een vakbond kunnen inschakelen.’ Voor Roy hoort het bij goed werkgeverschap dat medewerkers zich kunnen uitspreken en dat er iemand naast hen staat als dat nodig is.
Op de meldkamer gaat ondertussen het werk verder. Een melding komt binnen. Roy richt zijn aandacht op de beller. Even overleg met een collega, dan weer verder. ‘Je moet gewoon je meters maken, dan kom je er wel.’

