‘Je moet je ego ondergeschikt maken aan waarvoor we daar zijn’

Rustig blijven als de druk oploopt. Vooruitdenken, de situatie goed inschatten en oog houden voor wat er op dat moment nodig is. In het werk van Martin van der Marel komen die dingen steeds terug. Of hij nu een evenement begeleidt, collega’s aanstuurt bij de ME of betrokken is bij een vermissing: hij probeert het hoofd koel te houden en samen met anderen tot een goede aanpak te komen.

Als we langs De Kuip rijden, komen we vanzelf op de ME. Martin is sectiecommandant en weet wat er komt kijken bij de voorbereiding en begeleiding van grote evenementen. Hij vertelt er rustig en met gevoel voor de praktijk over. Geen grote woorden, maar concrete voorbeelden van wat er nodig is om het werk goed te doen.

Een loopbaan vol afwisseling

Martin begon in 1994 als surveillant bij de politie in Rotterdam, in het district waar de Keileweg ligt. De Keileweg stond destijds bekend om de straatprostitutie en drugshandel. Hij zag er naar eigen zeggen de slechte kanten van de wereld, maar kijkt ook met plezier terug op die eerste jaren. Vier jaar later volgde hij de opleiding tot agent. Daarna werkte hij vijf jaar in Schiedam, voordat hij overstapte naar de recherche in district Oost. In 2006 werd hij praktijkcoach. Zo’n vijf jaar begeleidde hij jonge collega’s en hielp hij hen het politiewerk eigen te maken. Hij kijkt met plezier terug op die periode. In 2010 begon hij aan een leer-ervaringsplek (LEP). Door reorganisaties bleef hij daar uiteindelijk zes jaar. Martin kan er nog altijd om lachen: ‘Ik heb het wereldrecord leppen op mijn naam staan.’ In 2016 werd hij bevorderd tot inspecteur bij district-oost, met als neventaak het videoteam, waar hij in totaal zeventien jaar werkte. Inmiddels is hij bij de politie Rotterdam operationeel expert, officier van dienst (OvD-P) en adviseur horeca en evenementen. Ook is hij sectiecommandant bij de ME.

‘Ik kan niet kiezen’

Wat Martin zo aanspreekt in zijn werk, is de afwisseling. ‘Ik heb niet echt één ding waarvoor ik ga. Ik kan niet kiezen om voor één specifiek ding te gaan’, vertelt hij. ‘Ik kan het evenementenwerk doen, ik zit bij de ME, ik ben OvD-P. En dat vind ik eigenlijk wel leuk.’ Vanaf januari vervult hij de functie van OvD-P fulltime. Hij hoopt daarnaast actief te blijven bij evenementen en de ME. Of dat allemaal te combineren is, moet de praktijk uitwijzen. Voorlopig wil hij het proberen. ‘Stoppen kan altijd nog, weet je wel. Maar om nou iets te beginnen en dan gelijk alles in de kachel te duwen…’

Voorbereiden op wat er kan gebeuren

Bij evenementen begint het werk lang voordat de eerste bezoekers arriveren. Martin bereidt de politie-inzet voor, overlegt met andere diensten en maakt afspraken over veiligheid, beveiliging en verkeersmaatregelen. Bij grote evenementen zijn tientallen partijen betrokken. Juist de combinatie van voorbereiden en uitvoeren vindt hij mooi. Als je vooraf weet wie waarvoor verantwoordelijk is en wie je moet bereiken, kun je tijdens het evenement snel schakelen.

Martin doet dit werk inmiddels zo’n vijf jaar. Hij geniet ervan om samen met alle betrokkenen een evenement goed te laten verlopen. Het liefst haalt het evenement de krant alleen omdat het zo’n leuke dag was, niet vanwege onregelmatigheden. Die gedachte geeft hij ook mee aan zijn collega’s. ‘Je moet je ego even ondergeschikt maken aan waarvoor we daar zijn.’ Soms vraagt dat om verder te kijken dan wat er op dat moment gebeurt. Een aanhouding kan bijvoorbeeld betekenen dat agenten een verdachte naar een cellencomplex ver buiten hun eigen werkgebied moeten brengen. Daardoor zijn ze mogelijk uren niet beschikbaar, juist wanneer het publiek na afloop naar huis gaat. Martin wil niet op de stoel van zijn collega’s gaan zitten. ‘Ik ga niet bepalen wie jij aanhoudt. Maar ik hoop wel dat je op dat moment even nadenkt over wie je aanhoudt en waarom.’ Het gaat hem om die bewuste afweging: wat is er nodig en wat zijn de gevolgen van je beslissing?

Ook als hij zelf collega’s aanstuurt, probeert Martin de rust te bewaren. Hij laat zich niet snel opfokken en vindt dat hij zelf het goede voorbeeld moet geven. Hij verwoordt het op zijn eigen manier: ‘Als ik al door die porto ga gillen, dan moet je nagaan wat ik met jou doe als jij het eigenlijk mag gaan uitvoeren.’ Met een glimlach maakt hij duidelijk dat rust bewaren niet alleen belangrijk is voor jezelf, maar ook voor de collega’s die op jouw aansturing moeten kunnen vertrouwen.

Oud en nieuw moet anders

Oud en nieuw is een van de momenten waarop de voorbereiding en de inzet van de politie zwaar op de proef worden gesteld. Martin is betrokken bij de voorbereidingen en werkt tijdens de jaarwisseling doorgaans als sectiecommandant bij de ME. Hij houdt van vuurwerk, maar ziet ook hoe de jaarwisseling in de loop der jaren is veranderd. ‘Ik heb zelf vuurwerk lief, maar ik heb de laatste jaren ook gezien dat oud en nieuw eigenlijk een soort randdebielenfeest is geworden, waarin we verkeerd met vuurwerk omgaan’, vertelt hij. Hij vindt dat het anders moet. ‘Het moet veel meer een binnenfeest worden’, zegt Martin. ‘Het gaat prima volgens mij vóór twaalf uur, als we binnen zijn. Maar het gaat mis na twaalf, wanneer mensen onder invloed van drugs of andere middelen de straat op gaan met explosief materiaal, wat we normaal nooit zouden gebruiken. ‘Ik heb in de nacht van oud en nieuw echt zoveel in rook op zien gaan…’

 De politie bereidt zich intensief voor op de nacht. Er zijn aparte structuren voor de voorbereiding en de uitvoering en er wordt veel capaciteit vrijgemaakt. Toch zijn de mogelijkheden niet onbeperkt. Rotterdam heeft op papier zes ME-pelotons, maar beschikt niet over genoeg voertuigen om ze allemaal tegelijk de straat op te sturen. Bovendien vraagt oud en nieuw in het hele land veel van de politiecapaciteit. 

Ook de bescherming van politiemensen vraagt aandacht. Zo zijn er gehoorbeschermingssets beschikbaar gesteld. De ME beschikte daar al over, maar voor andere politiemensen op straat was dat niet altijd vanzelfsprekend. Inmiddels zijn er 1.500 sets uitgedeeld. Voor Martin staat voorop dat collega’s hun werk zo veilig en gezond mogelijk moeten kunnen doen. Ook over less-lethal-middelen is hij duidelijk. Hij vindt dat politiemensen moeten kunnen beschikken over middelen die bijdragen aan hun veiligheid. ‘Alles wat kan bijdragen aan een veilige uitoefening van ons werk, daar moet je ja tegen zeggen’, zegt hij. Hij begrijpt dat bestuurders daar verschillend naar kunnen kijken, maar vindt het belangrijk dat de veiligheid van politiemensen nadrukkelijk wordt meegewogen.

Alles op alles om iemand terug te vinden

Naast evenementen houdt Martin zich bezig met vermissingen. In zijn district gaat het jaarlijks om ruim negenhonderd meldingen. Het kan gaan om mensen met dementie, bewoners van zorginstellingen of jongeren die van huis zijn weggelopen. Niet iedere vermissing vraagt om dezelfde aanpak. Bij jongeren probeert Martin bijvoorbeeld contact te leggen en te achterhalen waar ze zijn en of ze veilig zijn. Soms is het vooral belangrijk om de rust terug te brengen. Als een jongere na een ruzie niet naar huis wil, kan een nacht bij oma helpen. ‘Dan is de hitte eraf en kijken we morgen verder.’ 

Bij iemand die daadwerkelijk vermist is en mogelijk in gevaar verkeert, ligt dat anders. ‘Ik vind het gewoon een sport om iemand zo snel mogelijk terug te vinden.’ Achter iedere vermissing zit iemand om wie familie of andere naasten zich zorgen maken. Daarom wil Martin geen mogelijkheid onbenut laten.

Een vermissing van een 84-jarige vrouw met dementie is Martin bijgebleven. Ze was al uren weg en de politie zocht naar haar. Omdat het eigen droneteam niet beschikbaar was, vroeg Martin om ondersteuning van een politiehelikopter uit Driebergen. ‘Ik schroom het niet om dan Driebergen te bellen. Ik wil gewoon uitsluiten dat ze in het water ligt.’ De zoektocht was ingewikkeld. De vrouw had voor zover bekend niets bij zich. Na uren zoeken kwam er dankzij een transactie met haar bankpas toch een aanknopingspunt naar voren. Een aankoop in het centrum van Rotterdam leidde tot camerabeelden en nieuwe informatie. Uiteindelijk werd de vrouw teruggevonden. ‘Dat geeft dan toch voldoening.’

Dicht bij de mensen

In ruim dertig jaar bij de politie heeft Martin de organisatie flink zien veranderen. De politie is meer gecentraliseerd en op sommige plekken zijn politiebureaus verdwenen. Daardoor is het voor inwoners niet altijd meer vanzelfsprekend om binnen te lopen voor een aangifte of een vraag. Ook in Krimpen aan den IJssel, waar vroeger een eigen politiebureau was, is die verandering zichtbaar. Martin begrijpt dat de politie keuzes moet maken. Een bureau openhouden kost geld en personeel, en die capaciteit kan niet overal tegelijk worden ingezet.

Toch ziet hij de waarde van een politie die zichtbaar en benaderbaar is. ‘In Krimpen wordt gewoon gezwaaid met een politieauto’, vertelt hij. Het is volgens hem een gemoedelijke gemeente, al verschilt de sfeer per werkgebied. Of de politie er nu beter voor staat dan vroeger, kan Martin niet zomaar zeggen. Hij begrijpt waarom de organisatie keuzes maakt, maar vindt het belangrijk dat de politie, waar mogelijk, dicht bij inwoners blijft.

Al 32 jaar lid van de politievakbond

Martin werd lid van de politievakbond toen hij nog op de politieopleiding zat. Vertegenwoordigers van verschillende bonden kwamen langs om uit te leggen wat ze deden en waarom vakbondslidmaatschap belangrijk was. Inmiddels is hij al 32 jaar lid. Wat hij het belangrijkste vindt aan de vakbond? ‘Als je nu echt de kern pakt, dan denk ik: je belangenbehartiging in de cao.’ Over de resultaten van de afgelopen tijd is hij positief, al denkt hij dat er meer in had gezeten. Hij begrijpt dat onderhandelen een kwestie is van geven en nemen, maar ziet ook ruimte voor verbetering.

Zelf hoopt Martin dat de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) wordt verlengd. Hij is eind 1966 geboren en hoopt dat ook zijn generatie er uiteindelijk gebruik van kan maken. ‘Ik hoop echt dat het weer lukt om de regeling te verlengen.’ 

Martin werkt nog altijd met plezier bij de politie. Tegelijkertijd kijkt hij vooruit: na ruim dertig jaar wil hij uiteindelijk ook op tijd kunnen stoppen. ‘Tot die tijd hoop ik nog het maximale uit iedere werkdag te halen.’